Giel Louws, beeldend kunstenaar te Middelburg.
Na studie aan de kunstacademies in Brugge en Kampen, heeft de kunstenaar zich bezig gehouden met het ontwikkelen van een persoonlijke beeldtaal als schilder. In het begin van deze ontwikkeling is er een grote invloed merkbaar van zijn opleiding als illustrator. Een lange zoektocht begint naar een vorm om zich in uit te drukken. Na omzwervingen door vele vormen en experimenten lijkt er een vorm gevonden te zijn. De kunstenaar is overtuigd geraakt van de mogelijkheden en de zeggingskracht van figuratieve beelden. Door deze figuratie hoopt hij afstandelijk en inhoudsloos esthetisme van zich af te schudden. Deze zoektocht leidt tot het verkennen van de vele vormen van figuratie die mogelijk zijn. Toch zijn alle beelden die hij schept herkenbaar door een krachtige en lyrische beeldtaal, gelaagdheid van verf en betekenis. Om tot een persoonlijk commitment te komen begint hij aan een lange serie van zelfportretten. Hij begint zijn persoonlijke leven op te tekenen, en de wereld om zich heen. Op deze manier probeert hij al schilderend deze wereld en zichzelf te begrijpen. Deze serie werken werdt in 2005 symbolisch afgesloten met een solo-expositie in het Centrum voor Beeldende Kunst in Middelburg.
Dit betekende niet dat het zelfportret uit het werk verdween, maar wel dat er nieuwe onderwerpen werden aangeboord. Er ontstond een serie werken die het thema ‘paradijs’ als onderwerp hebben. Met dit onderwerp ging de kunstenaar een nieuwe uitdaging aan, namelijk het werken op grote formaten. Dit was bijna geheel nieuw in zijn oeuvre. Met deze grote formaten ontstond er een vorm van bevrijding uit het zelf gecreeerde keurslijf van kleine formaten. Het thema ‘paradijs’ opende steeds deuren naar nieuwe invullingen. Het thema gaat niet alleen over het bijbelse paradijs, maar over ons persoonlijke paradijs. Verder gaat het werk over ontstaansgeschiedenissen, puurheid en heelheid der dingen. Er is een diepzinnige en emotionele serie werken ontstaan die de diepste gevoelens van ons allen wil aanraken. Ook ontstaan er werken die over de kunstenaar zelf gaan, maar waarin het zelfportret vervangen wordt door andere vormen. Zo is er het vierkant, de opgetrokken muur, en het dier in verschillende gedaantes. Religie blijft daarna een belangrijk thema, veel werk gaat over spiritualiteit in leven en in kunst, en hoe dit vorm te geven.
Giel Louws is een kunstenaar die niet wil vervallen in automatismen en maniertjes, en maakt daarom werk dat altijd weer nieuwe vormen onderzoekt.
webdesign: Bas de Leijer
Giel Louws en het paradijs.
We hebben allemaal recht op ons eigen paradijs. Giel Louws voert ons in zijn paradijs, je stapt er als het ware binnen. Zijn paradijs is feodaal. Een niet door hemzelf in cultuur gebrachte tuin of Hof Van Eden. Dat bij nader inzien niet volmaakt was. Want de mens, de kunstenaar, is liever vrij dan volmaakt gelukkig of gedachteloos. Wat de mens meenam in zijn ballingschap was de kennis, en daarbij de moed aanspraak te maken op het recht tot herdenking van zijn zonde, de zonde van Prometheus.
De verdrijving uit het paradijs was de bevrijding van de mens uit het paradijs en gaf zijn volmaaktheid prijs. Wilde vollediger worden, noemde zijn zonde menselijke waardigheid, met andere woorden erfzonde, een felix culpa. In feite een schuld om trots op te zijn. Zo scheppen we ons eigen paradijs, onze eigen beeldvorming. De mens is geen eigendom meer van de eigenaar van het paradijs. Zulke losse ketterse gedachten gaan onwillekeurig door je heen bij het zien van het werk van Giel Louws.
Wie het woord paradijs in meervoud schrijft bedoelt waarschijnlijk lusthoven. Een middeleeuws dichter die de heer Jezus, de volmaakte mens geen feodaal paradijs toedacht maar een kleinburgerlijk hofke. Dogmatisch gezien is in het paradijs van Giel Louws geen plaats voor hofkes. Hij hanteert het feodale wat moet verwijzen naar zijn paradijs. Hij bewoont een metafoor, geen tuin. Bewoont zijn voorstelling van het aardse paradijs. Zijn paradijs is groot genoeg om ons binnen te laten.
Je zou kunnen zeggen dat tuin, kindertijd en paradijs de grondinspiratie is. In tegenstelling tot het eerste mensenpaar, het enige paar dat nooit kind is geweest. En wat speelt de mens voor rol in het paradijs van Giel Louws?
In de Hof Van Eden had de mens geen uitzicht, geen benul ook van de wereld buiten hun gezichtsveld. Zij zagen het paradijs pas toen ze niet meer terug konden. In de vijftiende tot zeventiende-eeuwse schilderkunst krijgt de mens een centrale plaats in het paradijs. Gegoede burgers in de zeventiende eeuw lieten zich afbeelden door schilders als David Teniers, Pieter De Hoogh en anderen als bezitters van een paradijs ergens east of Eden. Het paradijs als ruimtelijke buitenkamer, als decor, als achtergrond, kermis der ijdelheid dus.
Giel Louws neemt in zijn werk afstand van die hebzucht om zijn wereld te laten zien. Dat doe je gewoonlijk niet als je eigenaar bent, en dat wil weten ook. Komt de mens los uit het paradijs van Giel Louws ? Toont hij ons dat inzicht, de melancholie, weemoed of bevrijding? Haalt hij het uit de context, probeert hij de geest en de materie bijeen te brengen ? schetst hij de kwetsbare mens ?
Giel Louws dwingt ons om die confrontatie aan te gaan, die vragen te stellen. In neo-expressionistische stijl visualiseert hij een denkproces. Gedachten die over elkaar heen schuiven vanuit de historische en theologische context. De relatie van de vorm met de ruimte, de mens of het menselijke lichaam is bij Giel Louws een terugkerend element, daarbij gebruikt hij zijn eigen lichaam. Het zelfportret als het meest persoonlijke van de kunstenaar.
Een soort iconologie van jezelf bedrijven, het heeft meer te maken met zijn persoonlijkheid dan met de gelijkenis. Bij het zelfportret van Giel Louws zijn de sporen van het schilderen volledig verdwenen, de figuren zijn transparant als geesten onstoffelijk. Gewichtloos ontdaan van elke kleur zweven ze als het ware door het voorbestemde land. Het lichaam dat oplost in een landschap, het lichaam is geen vlees meer.
Ook het kind keert terug in zijn werk ( zijn alter ego) zonder zonde, de naakte onschuld. De vraag naar betekenis blijft me bezighouden. Onderneemt Giel Louws een moeizame terugtocht, de weemoed, waar wil hij mee communiceren ?
Gelukkig hij die als Odysseus na rondzwervingen weer thuiskwam om beleerd van overal zijn magen en erven.
Giel Louws put uit die verbeelding, een persoonlijke fascinatie die tot het collectieve geheugen behoren. Het is niet onlogisch om tegen de harde werkelijkheid en de massamedia een fantasieverhaal of een romantisch vergezicht te plaatsen. Zeker wanneer dat getoonzet is in het persoonlijk handschrift van de kunstenaar.
De schilderkunst met haar eeuwenlange geschiedenis, is verknoopt met het anekdotische, zeker in de hoofden van de modernisten. Die het anekdotische rigoureus wilden uitbannen omdat het geen toegang geeft tot de hogere intellectuele dimensie die iets zegt over de waarde van het bestaan. De schilderkunst als plat en kleinburgerlijk terzijde geschoven.
Anno 2007 is de schilderkunst weer anekdotisch aanwezig, bij musea, galeries en dus verzamelaars en tentoonstellingsmakers, extra ironisch.
Als er al een conceptuele insteek zit aan de eigentijdse figuratie, dan is ze gerelateerd aan de complexe positie van de schilderkunst ten opzichte van de massamedia. Staat de beeldende kunst machteloos tegenover de stortvloed aan beelden die tot ons komen ? moeten er nieuwe strategieën komen om die nieuwe beeldcultuur het hoofd te bieden ?
Giel Louws probeert dat met een schilderkunst die de persoonlijke beleving centraal stelt. Hij ontvlucht de conceptuele dwangbuis naar een persoonlijke wereld. Het paradijs van Giel Louws.
Fred Van Den Berge
februari 2007.